Plannen en organiseren

We maken voortdurend grote en kleine plannen en voeren deze uit. Denk aan het bezoeken van een vriend of vriendin of aan het bedenken van wat je vandaag gaat eten en het maken van een boodschappenlijstje. Het dagelijks leven vraagt veel organisatie, van het huishouden tot koken, van verjaardagen tot uitstapjes. Door hersenletsel kan dit een stuk lastiger zijn.

Download hier de special Plannen en Organiseren

Plannen en organiseren zijn cognitieve functies (ook wel denkfuncties genoemd) en behoren tot de executieve (uitvoerende) functies. Dit zijn hogere cognitieve processen om je activiteiten te plannen en te sturen. Tot de executieve functies horen ook initiatief nemen, flexibiliteit, timemanagement en het onderdrukken van ongewenst gedrag.

Zonder executieve functies is goed georganiseerd, sociaal en doelgericht gedrag niet mogelijk en is het moeilijk om in het dagelijks leven te functioneren.

OORZAKEN van problemen met plannen en organiseren

Mensen die problemen hebben op het gebied van plannen en organiseren hebben vaak schade aan de prefrontale cortex. Dit is het voorste gedeelte van de frontale hersenkwab. Dit deel is verantwoordelijk voor cognitieve, emotionele en motivationele processen. Naast plannen en organiseren vallen hieronder bijvoorbeeld impulsbeheersing en doelgericht handelen.

Het kan ook zijn dat de functie plannen en organiseren niet beschadigd is, maar dat er sprake is van vermoeidheid, aandacht- en/of geheugenproblemen of een vertraagd tempo van informatieverwerking. Als gevolg daarvan kan plannen en organiseren je wel meer moeite kosten.

GEVOLGEN VAN PROBLEMEN MET PLANNEN EN ORGANISEREN

Door hersenletsel kun je moeite hebben met plannen en organiseren. Dit kan gevolgen hebben in je dagelijks leven. Zo kan je bijvoorbeeld moeite hebben met:
  • Doelen stellen: Wat wil ik?
  • Plannen: Wanneer doe ik wat?
  • Initiatief nemen: Hoe begin ik?
  • Uitvoeren: Hoe pak ik het aan?
 

Wat problemen met plannen en organiseren betekenen voor je dagelijks leven is heel persoonlijk. De één vindt het vervelend dat het niet lukt om een kaartavond te organiseren. De ander heeft er vooral last van dat hij niet weet wat hij wil gaan doen. Weer een ander heeft wel doelen, maar komt moeilijk in beweging om eraan te beginnen.