Jong…en dan boem…hersenletsel!

Hersenletsel is altijd ingrijpend. Het leven vóór het letsel is compleet anders dan het leven mét letsel. Het is extra moeilijk als hersenletsel je overkomt wanneer je nog bezig bent je leven op te bouwen. Hersenz heeft daarom een apart programma ontwikkeld voor jongvolwassenen. Professionals Marlien Bongers (thuisbehandelaar, foto midden), Emmy Janssen-Cox (cognitief trainer), Tanja Peeters (psychomotorisch therapeut, foto links) en Nicole Sillekens (thuisbehandelaar,)  vertellen erover. Zij behandelen een groep jongeren vanuit Hersenz-organisatie SGL in Limburg.

Hersenletsel en praktische zaken

“Jongeren staan in het midden van hun leven. Een leven wat zich vaak nog geen vorm heeft gegeven. Er is nog geen sprake van iets als huisje-boompje-beestje, laat staan dat je al weet wie je bent. Je hebt nog geen eigen identiteit ontwikkeld en daar komt het hersenletsel dan nog eens bovenop. Je had dit totaal niet verwacht, je wilde nog gaan studeren of begon net met werken in je droombaan. Je ziet anderen om je heen een eigen huis kopen en kinderen krijgen. En jij…jij weet nog niet eens hoe je in elkaar steekt, waarom je dingen doet zoals je doet, of wat de gevolgen van je hersenletsel zijn in de praktische zaken. Kun jij ooit je eigen geld verdienen of aan kinderen beginnen?

Jongeren met hersenletsel

Jongeren met hersenletsel lopen dan ook tegen heel andere problemen aan dan volwassenen. Met dit speciale programma willen we daar een antwoord op geven. Om te beoordelen of een jongvolwassene geschikt is hiervoor, vindt er altijd een intakegesprek plaats. Dat gaat over de vragen en doelen die spelen maar ook over de mogelijkheden die iemand heeft. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat iemand over voldoende cognitieve vermogens beschikt, leerbaar is. Ook moet het lukken om een hele dag de groepsbijeenkomst vol te houden.

Het programma voor jongvolwassenen bestaat uit twee delen (modules) van ieder veertien groepsbijeenkomsten: ‘Dit ben ik’ en ‘Op eigen benen’. Daarnaast vindt er thuisbehandeling plaats. Het belangrijkste verschil met Hersenz voor volwassenen is dat de groepen worden begeleid door een combinatie van een psychomotorisch therapeut en een cognitief trainer. Hierdoor kun je een prettige afwisseling maken tussen theorie en praktijk (bewegen). We merken dat jongeren een andere aanpak vragen dan volwassenen. Een half uur stilzitten is vaak al lang genoeg. Beweging vormt dan ook een heel belangrijk aspect binnen dit programma, het is echt belangrijk om niet alleen met theorie bezig te zijn. Beweging wordt aangeboden in de vorm van Psychomotorische therapie (PMT). Vanuit bewegen en spelvormen wordt de theorie erbij gepakt, passend bij het thema. Het bewegen is dan ook niet het doel maar een middel.

Behandelaar thuis

Een ander verschil met Hersenz voor volwassenen is dat de groep niet drie dagdelen per week bij elkaar komt, maar wekelijks gedurende één hele dag. Daarentegen komt de thuisbehandelaar iedere week in plaats van één keer per twee weken. We vinden deze frequentie belangrijk omdat de thuisbehandelaar dan kan helpen bij het huiswerk en andere zaken die spelen. Ook kan hetgeen de jongere leert in de groep dan gemakkelijker worden toegepast binnen de thuissituatie.

Emoties en gedrag

De eerste module ‘Dit ben ik’ gaat voornamelijk over emoties en gedrag, het herkennen hiervan en het er beter mee leren omgaan. We leren de jongeren hoe de hersenen werken en wat de invloed van het letsel hierop kan zijn. We praten over levend verlies en over helpende en blokkerende gedachten. De jongeren leren naar zichzelf te kijken, naar hun persoonlijkheid en kwaliteiten. Aan het eind van de module moet ieder een presentatie geven over zichzelf, over het letsel en over hetgeen ze hebben geleerd. Dit kan vorm krijgen in een boekje of iets dergelijks, zodat ze het ook aan andere betrokkenen kunnen geven. Het is belangrijk dat jongeren leren uitleggen wat er met hen aan de hand is en kunnen vertellen wie ze zijn en waar hun behoeftes liggen.

In de tweede module ‘Op eigen benen’ gaat het over alles wat komt kijken bij een zo zelfstandig mogelijk leven. Thema’s die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: energieverdeling, leefstijl, wonen en huishouden, sociale contacten, lichamelijkheid en intimiteit, toekomstplannen en hulp vragen. Tussen de twee modules zijn er gedurende vier maanden geen groepsbijeenkomsten.

De thuisbehandeling loopt wel gewoon door en er worden ook vier à vijf themadagen georganiseerd. Dit zijn bijeenkomsten die steeds door een jongere worden ingevuld en voorbereid, passend bij zijn of haar doel. Het kan variëren van het aangaan van een zeer spannende situatie, waarbij je kunt kijken hoe ver je kunt komen (zoals het klimmen), tot het meer willen weten over het brein. Hierbij is het in principe de bedoeling dat alle jongeren meedoen. Na het afronden van de tweede module loopt de thuisbehandeling ook nog gewoon door.

De persoonlijke thema’s van de jongeren komen dan nog aan bod, zodat ze op een goede manier en vanuit wederzijds vertrouwen kunnen worden ‘losgelaten’. Ook is er nog ruimte voor themadagen. Aan het eind zou bijvoorbeeld ‘afscheid nemen’ het thema kunnen zijn. Er is op dit moment geen follow-up groep. Mogelijkerwijs wordt tijdens de evaluatie van ‘Op eigen benen’ nog besproken of dit wenselijk is en zo ja, hoe het kan worden ingevuld.”

naasten

In plaats van een partnermodule hoort er bij het  programma voor jongvolwassenen een oudermodule, namelijk  ‘Anders vasthouden’. Zowel bij ‘Dit ben ik’ als bij ‘Op eigen benen’ komen de ouders vier keer bij elkaar om aan de slag te gaan met thema’s zoals kennis over het brein, levend verlies, vasthouden en loslaten en sociaal netwerk. Er is ook ruimte om, in afstemming met de groep, thema’s te bespreken die voor de betreffende ouders belangrijk zijn.

Afhankelijk van de omstandigheden worden in overleg ook broers, zussen en vrienden bij het programma betrokken. De persoonlijke presentaties worden bijvoorbeeld ook voor hen gehouden, zodat op die manier ook meer kennis wordt meegegeven.

pilotfase
‘Op eigen benen’ bevindt zich nog steeds in de pilotfase en wordt nog niet door alle organisaties in Nederland aangeboden. Informeer bij de organisatie in de regio voor meer informatie. 

Interessant? Lees ook deze artikelen uit de rubriek 'de professional'
De professional over overprikkeling

Sietske Reehorst is psychomotorisch therapeut. Ze geeft individuele en groepsbehandeling voor Hersenz. Overprikkeling is een belangrijk onderwerp tijdens de behandeling, vertelt ze in een nieuwe aflevering van De Professional.

De professional Steven Kalkman over vermoeidheid

Achter iedere cliënt van Hersenz staat een team van behandelaars. Iedere professional werkt vanuit zijn eigen vakgebied met de cliënt en diens naasten. Steven Kalkman is fysiotherapeut.

De professional: stabiliteit in het gezin

Achter iedere cliënt van Hersenz staat een team van behandelaars. Iedere professional werkt vanuit zijn eigen vakgebied met de cliënt en diens naasten. Riet Vreeman is cognitief groepsbehandelaar en individueel behandelaar.

De professional: inzicht in grenzen

Achter iedere cliënt van Hersenz staat een team van behandelaars. Iedere professional werkt vanuit zijn eigen vakgebied met de cliënt en diens naasten. Marit Dhondt geeft psychomotorische therapie en leert mensen inzicht te geven in hun grenzen.

De professional: Marlise Jolink

Leren omgaan met de gevolgen van afasie is een enorme klus en vraagt veel van de persoon met afasie en zijn omgeving. Afasietherapeut Marlise Jolink vertelt hoe Hersenz mensen leert omgaan met de gevolgen en zo weer mee kunnen doen.

Pagina's