Gedachten over zelfdoding

Als je word getroffen door niet-aangeboren hersenletsel staat je wereld plotseling op zijn kop. Ongewild en onverwacht krijg je te maken met veel veranderingen. Door de gevolgen van het hersenletsel is er sprake van verlies. Verlies van gezondheid, mogelijk verlies van werk en, in meerdere of mindere mate, verlies van zelfredzaamheid. Relaties en sociale contacten veranderen of kunnen verdwijnen, niet zelden wordt het kringetje om je heen een stuk kleiner. Je toekomstperspectief is veranderd en je kunt een zinvolle invulling van het leven en je sociaal gewaardeerde rol in de samenleving gaan missen.

Er is zoveel anders geworden en het is een lange weg om je leven uiteindelijk aan te passen aan alle veranderingen. Naast al het verlies, kan de manier waarop je omgaat met problemen en verlies door het hersenletsel veranderd zijn. Je kunt momenten ervaren dat je de grip op jezelf en je leven kwijtraakt. Je zelfvertrouwen en zelfbeeld kunnen (ernstig) beschadigd raken. Vragen en gedachten zoals: “Wie ben ik nog en wat kan ik nog?” “Ben ik nog wel de moeite waard?” kunnen opkomen. Maar ook gedachten zoals: ‘Ik trek het niet meer’ en ‘Van mij hoeft het niet meer’. Je kunt gaan denken dat je ‘maar beter dood kunt zijn’ en ‘er maar een eind aan gaat maken’.

Gedachten over zelfdoding

De gedachten over zelfdoding(*) ontstaan omdat je de huidige situatie niet meer aankunt en je een oplossing wilt voor jouw problemen, wanhoop en pijn. Je voelt jezelf helemaal klem zitten. Denken aan zelfdoding gaat dan meestal ook niet over dóód willen, het gaat over een ánder léven willen! 

Gedachten over zelfdoding kunnen zichzelf echter wel versterken en vermenigvuldigen. Iemand die denkt aan zelfdoding piekert veel en heeft vaak moeite om een andere oplossing te zien. Er treedt tunnelvisie op, waardoor je op een gegeven moment gelooft dat zelfdoding écht de enige manier is om van de problemen, wanhoop en pijn af te komen. En wanneer je er niet meer bent, zullen naasten ook geen last meer van je hebben…Dit is een gedachte die niet rationeel is en ook zeker niet op waarheid berust. Het is helaas wel een gedachte die je gelooft als je aan zelfdoding denkt.

 (*) Zelfdoding, suïcide en zelfmoord zijn woorden met dezelfde betekenis, namelijk dat iemand een einde aan zijn of haar leven maakt. Suïcide is de term die vooral door professionals wordt gebruikt; in de volksmond wordt vaker gesproken over zelfmoord of zelfdoding. In deze special kiezen we voor het woord ‘zelfdoding’.

Wanneer er sprake is van gedachten over zelfdoding, of pogingen tot zelfdoding, kun je zeggen dat er nooit één bepaalde aanleiding is. Het gaat altijd om een combinatie van kwetsbaarheidsfactoren, voorbeelden hiervan zijn erfelijke belasting, persoonlijkheidsfactoren, psychologische factoren, psychiatrische aandoeningen, ingrijpende gebeurtenissen en verlieservaringen.

Een aantal van deze kwetsbaarheden, zoals persoonlijkheidsfactoren, ingrijpende gebeurtenissen, verlieservaringen en depressiviteit, kunnen ook voorkomen bij niet-aangeboren hersenletsel.

Signalen

Er zijn uiteenlopende signalen die erop kunnen wijzen dat iemand aan zelfdoding denkt. Sommige signalen zijn duidelijk zichtbaar, andere zijn minder concreet. Als het gaat om veranderingen in gedrag kan het zo zijn dat deze ook al zijn ontstaan als gevolg van het hersenletsel. Als mogelijk signaal voor gedachten aan zelfdoding gaat het dan ook om nieuwe veranderingen in het al eerder (door hersenletsel) ontstane gedrag.

We noemen enkele voorbeelden van signalen maar het is geen volledige opsomming.
  • steeds somberder of emotioneler worden
  • een plotselinge omslag van zwaarmoedigheid naar opluchting en vrolijkheid
  • sociale isolatie, zichzelf terugtrekken
  • nergens meer interesse in hebben of van genieten
  • ongecontroleerde woede of roekeloosheid
  • een extreem uitgavenpatroon
  • verhoogd gebruik van of verslaving aan verdovende middelen (alcohol, medicijnen en drugs)
  • het opruimen en weggeven van spullen
  • opmerkingen zoals 'Ik maak er een eind aan', 'Ik kan maar beter dood zijn', 'Jullie zullen geen last meer van mij hebben' en 'Van mij hoeft het allemaal niet meer'