Hersenz biedt behandeling op maat. Dat betekent bij Sjaak van Oostrom dat de buurt, de politie en de parochie weten waarom hij soms door het lint gaat. Ze trekken intensief samen op.

Negentien was Sjaak toen hij bij een brommerongeluk met zijn hoofd tegen de stoeprand knalde. Door zijn frontale hersenletsel kan Sjaak zijn emoties en impulsen niet goed beheersen, heeft hij moeite met onverwachte situaties en is hij overgevoelig voor geluiden. Als Sjaak binnen zit en hij hoort de poten van het konijn van de buurvrouw tegen het hok slaan, kan hij zomaar ontploffen. Soms blijft het niet bij vloeken en tieren. Een buurman bleef laatst veel te lang op de bel drukken. Toen gaf Sjaak hem een zetje waardoor de oude man viel. Wéér politie in de straat.

Sjaak voelt zich buitengesloten: “Bij mensen met gebrekkige ledenmaten zie je wat er aan de hand is. Ik kom goed over, maar ben geen sodemieter waard. Dan word je als uitschot behandeld. Daarom wil ik mijn verhaal vertellen. Om wat te doen voor mensen die hetzelfde hebben. Want we worden voor minder aangezien maar hebben meer nodig om op het rechte pad te blijven.” Zijn grootste wens is dat het onbegrip bij de mensen verdwijnt.  

Eenzaam

Sinds anderhalf jaar werkt Margaret Boerlage, behandelaar van Hersenz, intensief samen met de ambulant begeleider, de wijkagent en de parochie om het leefbaar te maken. Met Margaret praat Sjaak over wat hem dwars zit en wat nodig is om het beter te krijgen. ‘’Eigenlijk ben je een sociale man en wil je mensen helpen. Je hebt jarenlang voor je buurvrouwen de vuilnisbakken buiten gezet. Maar je voelt je onbegrepen.”Sjaak is eenzaam. Het onbegrip frustreert hem. ‘’Door mijn toestand bots ik meer met mensen. Als iemand eens voor één dag in mijn schoenen kon staan om te ervaren hoe het is om hersenletsel te hebben. Ik heb er niet om gevraagd zo door het leven te moeten, maar probeer er het beste van te maken. Dat is een zware klus, elke dag weer.”

Aan het onbegrip in de omgeving heeft Margaret veel gedaan. “Ik ben gaan uitleggen wat Sjaak heeft meegemaakt en waardoor zijn gedrag wordt veroorzaakt. Er is nu veel meer begrip. Jammer dat zulke gesprekken niet eerder gevoerd zijn. Sjaak verdient een andere benadering. Als mensen de juiste kennis hadden gehad, had het niet zo hoeven escaleren.” Karel is vanuit de parochie betrokken. “Een paar jaar geleden escaleerde het continu. Soms wordt het Sjaak te veel en loopt het uit op vechten. Iedereen zat ermee. Sjaak zelf, maar ook de buurt, de politie en de overheid. Niemand kan het alleen oplossen. De behandelaar niet, want die kent zijn omgeving niet. Wij als medeparochianen en buurtgenoten niet, want wij weten niet wat zich afspeelt in Sjaaks hoofd. En op de politie wordt Sjaak snel boos.”

Met elkaar maakten ze een plan. Margaret heeft kennis van hersenletsel en weet waar Sjaak mee worstelt. Sjaak en Margaret voeren veel gesprekken, doelgericht, stapsgewijs, toewerkend naar een betere leefsituatie. “Dat lukt, er is vertrouwen. En ik heb contact met mensen in de wijk. Als het onrustig dreigt te worden, ga ik langs bij Sjaak of spreek ik ouders aan als kinderen hem treiteren”, zegt Karel.   

Wijkagent

Victor van Straten is als wijkagent het vaste aanspreekpunt. Sjaak zelf ziet het contact als ‘noodzakelijk kwaad’. Sjaak: ‘’Het mooiste was geweest als we elkaar nooit hadden hoeven leren kennen, maar ik begrijp dat Victor ook gewoon zijn werk probeert te doen en heb daar respect voor.” De wijkagent zelf constateert vooruitgang: “Ik merk dat de inzet vanuit de politie richting Sjaak minder is geworden en dat Sjaak wat beter in zijn vel zit. Volgens mij komt dit mede door de intensieve behandeling. Persoonlijk denk ik dat deze werkwijze geschikt is om elders in te zetten.”

Karel: “Als je zo samen optrekt richting Sjaak en richting de buurt zie je een duidelijke verbetering. Sjaak wordt rustiger, hij ziet dat mensen naar hem luisteren en hem zien staan, en dat hij vanuit de zorg wordt geholpen. Nu proberen we hem wat meer te betrekken, zodat hij er weer bij hoort. Hij houdt van tuinieren, en daar kan straks in het voorjaar misschien wat mee. Kijk, de schade in zijn hoofd kun je niet genezen maar we kunnen het wel leefbaarder maken met elkaar.”

Winst:

  • Minder escalaties in de buurt
  • Minder maatschappelijke overlast
  • Minder politie-inzet

 

 

 

 

Interessant? Lees ook deze ervaringsverhalen
Mijn kleine overwinningen zijn groots!

Bij Femke Ansems de Vries, nu 39 jaar, werd een kwaadaardige hersentumor ontdekt. De tumor werd bijna helemaal operatief verwijderd, maar omdat tumorweefsel nu eenmaal niet symmetrisch is, zijn er flinters achtergebleven. Hiervoor heb ik nog drieëndertig bestralingen en vier chemokuren van elk zes weken gehad. Dat zo’n intensief traject nare gevolgen kent, spreekt voor zich.

Ik heb jarenlang met mezelf geworsteld.

Peter Graafmans was een harde werker en had nooit tijd om stil te zitten. In 2009 maakte een herseninfarct een abrupt einde aan zijn drukke leven. Peter was 46 jaar, raakte verlamd aan zijn linker lichaamshelft en kreeg afasie.

Na 31 jaar kreeg ik eindelijk erkenning

Soms moet je een frustrerende weg afleggen, voordat klachten in verband worden gebracht met eerder opgelopen hersenletsel. Olga Seppenwoolde, 50 jaar, kan erover meepraten. Ze was 16 jaar toen ze, fietsend naar school, werd aangereden door een brommer.

Ik was al moe als ik opstond

Op 18 juni 2014 raakte het leven van Dik Bakker, 56 jaar, compleet overhoop. Al fietsend naar zijn werk botste hij met 30 kilometer per uur tegen een achteruitrijdende bestelbus. De klap was zo hard dat hij pas drie weken later bijkwam in het ziekenhuis.

“Ik kon multitasken als de beste”

Loes van ´t Sant werd op 49-jarige leeftijd overvallen door een herseninfarct. Met algehele uitval rechts werd ze een week opgenomen in het ziekenhuis. Na nog een week interne revalidatie mocht ze naar huis. Loes had er nooit bij stil gestaan, maar cognitieve gevolgen werden steeds meer merkbaar.

Pagina's