Blijven praten, blijven oefenen

Afasie als gevolg van hersenletsel, het maakt mensen vaak onzeker en eenzaam. Yvonne Cleonise heeft geleerd  er mee om te gaan en haar grote Surinaamse familie houdt haar goed in het oog. “Als ik iets wil zeggen steek ik mijn vinger op. Dan is iedereen stil.” Een gesprek met een goedlachse dappere vrouw die door hard te werken aan zichzelf het leven weer van de zonnige kant kan zien.

Yvonne (62) was de gordijnen aan het ophangen toen ze ineens viel. Haar kleinzoon was bij haar en belde 112. De ambulance kwam en bracht Yvonne naar het Medisch Centrum Slotervaart. Ze had een herseninfarct gekregen. Een week bleef ze in het ziekenhuis. Toen ging ze naar Reade, een revalidatiecentrum in Amsterdam. Ze had rechts een lichte verlamming aan haar hand en voet. En afasie. Ze kon niet meer praten. Ze wist wat ze wilde zeggen, maar de woorden kwamen niet uit haar mond. En ze huilde veel. Ze had haar emoties niet onder controle. 

“Ik ben een jaar bij Hersenz geweest en heb alle modules gedaan. Toen ik startte had ik overal hulp bij nodig. Ik werd vaak overmand door emoties. Ik durfde niet te praten en huilde snel. Ik heb geleerd met mijn afasie om te gaan. Ik durf weer te praten en er alleen op uit te gaan. Ik neem nu een briefje mee in plaats van mijn dochter. Als ik er niet uitkom, schrijf ik het op. Op de telefoon gebruik ik Whatsapp. Als ik vastloop, neem ik een slokje water. En dan komt het woord er wel uit. Ook gebruik ik gebaren.”

Ze komt uit een grote Surinaamse familie, met vier broers en vijf zussen. Haar zoon is na het infarct weer bij haar gaan wonen, haar dochter woont om de hoek. “Mijn familie neemt me overal mee naar toe en zorgt dat ik oefen. Als de hele familie bij elkaar is en ik wil iets zeggen, dan steek ik mijn vinger op. Dan is iedereen stil”, zegt ze lachend.

 “Of mijn wereld kleiner is geworden? Nee hoor, nu niet meer. Ik heb veel mensen om me heen. Ik ben net terug van een vakantie in Suriname, ik ben met mijn zussen mee geweest. Ik heb genoten. Eenzaam? Ik heb altijd familie om me heen. Mijn kleinkinderen van 20 en 16 komen ook veel langs. Mijn dochter doet de boodschappen, maar ik kook en doe het huishouden. Ik ben blij met zo’n grote zorgzame familie.”

Yvonne gaat nu twee dagen naar dagbesteding in Purmerend. Daar praat ze ook met de anderen. Want dat is belangrijk, blijven praten, blijven oefenen.

 “Dankzij de goede begeleiding ben ik zelfstandiger geworden, kan ik beter praten, doe ik aan sport en heb nieuwe hobby´s. Mijn leven wordt niet meer beheerst door de afasie en emoties.”

Interessant? Lees ook deze ervaringsverhalen
Ik kan leuker zijn voor mijn kinderen

Het jaar 2015 was nog geen week oud toen bij Cynthe Milou een dissectie (scheur) aan haar linker halsslagader ontstond. Ze was 29 jaar en moeder van twee zoons van vier en twee. Cynthe kreeg een herseninfarct en haar leven veranderde compleet.

Mijn kleine overwinningen zijn groots!

Bij Femke Ansems de Vries, nu 39 jaar, werd een kwaadaardige hersentumor ontdekt. De tumor werd bijna helemaal operatief verwijderd, maar omdat tumorweefsel nu eenmaal niet symmetrisch is, zijn er flinters achtergebleven. Hiervoor heb ik nog drieëndertig bestralingen en vier chemokuren van elk zes weken gehad. Dat zo’n intensief traject nare gevolgen kent, spreekt voor zich.

Ik heb jarenlang met mezelf geworsteld.

Peter Graafmans was een harde werker en had nooit tijd om stil te zitten. In 2009 maakte een herseninfarct een abrupt einde aan zijn drukke leven. Peter was 46 jaar, raakte verlamd aan zijn linker lichaamshelft en kreeg afasie.

Na 31 jaar kreeg ik eindelijk erkenning

Soms moet je een frustrerende weg afleggen, voordat klachten in verband worden gebracht met eerder opgelopen hersenletsel. Olga Seppenwoolde, 50 jaar, kan erover meepraten. Ze was 16 jaar toen ze, fietsend naar school, werd aangereden door een brommer.

Ik was al moe als ik opstond

Op 18 juni 2014 raakte het leven van Dik Bakker, 56 jaar, compleet overhoop. Al fietsend naar zijn werk botste hij met 30 kilometer per uur tegen een achteruitrijdende bestelbus. De klap was zo hard dat hij pas drie weken later bijkwam in het ziekenhuis.

Pagina's