Geachte huisarts

Geachte huisarts,

In dit blog wil ik een spreekbuis zijn voor de gemiddeld 70 patiënten met niet-aangeboren hersenletsel in uw praktijk (ja, waarschijnlijk meer dan u had gedacht). En als ervaringsdeskundige heb ik recht van spreken…

Vijf jaar na mijn twee herseninfarcten zat ik eindelijk, samen met mijn man, bij onze huisarts. Wanhopig en met een relatie die sterk onder druk stond. Ik was mezelf kwijt, het lukte allemaal niet meer, terwijl ik niets anders deed dan ontzettend mijn best. Maar als ik naar mijn werk reed dacht ik ‘als ik nu tegen de vangrail rijd ben ik overal van af.’ Ik wist dat ik niet dood wilde, maar ik wilde me zó niet meer voelen, ik kon de dagelijkse paniek niet meer aan…

Na linkszijdige uitval was ik fysiek nagenoeg hersteld. Niemand zag meer iets aan mij en iedereen zei ‘Jeetje Jeannette, wat ben je er toch goed uitgekomen!’ Ik wilde niets liever dan dat bewijzen, aan mijn gezin, aan mijn omgeving, maar vooral aan mezelf. Steeds weer ging ik over mijn grenzen. Mijn extreme vermoeidheid beschouwde ik als falen, ik moest gewoon nóg wat flinker zijn. Ik had toch ook niet voor niks twee herseninfarcten overleefd…Maar hoe ik ook mijn best deed, de regie over mezelf en over mijn leven was ik compleet kwijt!

Mijn huisarts was heel eerlijk en dat heeft het vertrouwen in hem alleen maar vergroot. Omdat ik zelf al met een foldertje van Hersenz* kwam, een behandeltraject voor mensen in de chronische fase van hun hersenletsel, was de link met mijn herseninfarcten al gelegd.

Hij vertelde dat hij daar uit zichzelf niet direct aan had gedacht. Zijn diagnose was een ernstige burn-out, hij wilde dat ik per direct zou stoppen met werken en hij overwoog antidepressiva. In plaats daarvan heeft hij, samen met de praktijkondersteuner GGZ, zich verdiept in de onzichtbare gevolgen van hersenletsel en in Hersenz. Daarna adviseerde hij om mezelf hiervoor aan te melden. De beste stap die ik kon zetten, want wat heeft dat me veel gebracht! Ik leerde, samen met mijn gezin, om goed met mijn hersenletsel te leven, met alle ups en downs die erbij horen. Ik geniet weer en ik heb mijn zelfvertrouwen en de regie over mijn leven terug.

De moraal van dit verhaal?

Een dringende oproep aan u om, als iemand zich meldt met klachten lijkend op een burn-out, te denken aan mogelijk hersenletsel. Niet persé recent, het kan ook al tien of vijftien jaar geleden zijn. Ik ken genoeg mensen die dan alsnog vastlopen.

Bij mensen die recenter zijn getroffen door hersenletsel wil ik u adviseren om een andere vraag te stellen. Niet ‘Hoe gaat het met u?’, want ik weet zeker dat het vaak en lang goed gaat, ook als dat eigenlijk niet zo is. Het lijkt me beter om ervan uit te gaan dat het waarschijnlijk niet zo goed gaat, ook niet na fysiek herstel. Want het écht leren leven met alle onzichtbare gevolgen van je hersenletsel, levenslang, begint daarna pas! Een betere opening van gesprek, steeds opnieuw, is volgens mij: ‘Ik kan me voorstellen dat uw leven helemaal is veranderd en dat het allemaal niet zo goed gaat. Kunt u eens vertellen over de vermoeidheid? Over uw dagindeling? Waar haalt u uw voldoening uit?’ De ‘bewijslast’ om te laten zien dat het goed gaat ligt dan bij degene met hersenletsel. De dokter gaat er al vanuit dat er waarschijnlijk wel iets aan de hand is. Dat is geen subtiel verschil maar een wereld van verschil! Want dan is het veel gemakkelijker om geleidelijk, als je eraan toe bent, alle laagjes van jezelf af te pellen en te laten zien hoe het werkelijk met je gaat! En dus ook met je naasten, want hersenletsel heb je nooit alleen!

*Voor meer informatie over Hersenz zie www.hersenz.nl

Interessant? Lees ook deze blogartikelen
Grommend monster

Tijdens een behandelsessie kwam ik erachter dat ik veranderd was in een grommend monster. Het heeft mijn ogen geopend. Zo ken ik mezelf niet, ik moet mijn grenzen accepteren.

Met plezier stel ik me even voor

Ik ben Jeannette Heijting, 56 jaar en ik heb niet-aangeboren hersenletsel. Ik ben als ervaringsdeskundige betrokken bij Hersenz. Vanuit deze rol ga ik nu een bijdrage leveren aan de Facebookpagina.

Een last van mijn schouder

Als ik bij Heliomare het behandel- en activeringscentrum binnenloop, vraagt een medewerker of ze me kan helpen. Ze denkt dat ik een nieuwe collega ben, een zakelijke afspraak heb of begeleider ben van iemand. Maar ik kom voor mijzelf, ik ben cliënt ook al is er helemaal niks te zien aan mij.

Afgekeurd en de was doen

Mijn baas en ik nemen op 1 januari 2010 in goed overleg afscheid van elkaar, na twee jaar ziektewet. Het eerste jaar van mijn ongeluk stond in het teken van herstel en heb ik me ook met letterlijk alle energie die ik had en die ik vooral niet had, ingezet om weer terug te keren naar mijn werk. Maar dat ging niet.

Ongeluk zit in een klein hoekje en dan?

13 Januari 2008, we gingen die zondagmiddag nog even squashen, zoals altijd. Ik speelde in de landelijke competitie, trainde vaak maar op zondag was het altijd vrij spelen met elkaar. Mensen buiten de baan horen opeens een hele harde klap en zien mijn voeten stil liggen. Ik ben blijkbaar uitgegleden en hard met mijn hoofd tegen de muur geslagen.

Pagina's