Rationeel weet ik dat ik diegene ben die die het ongeluk heeft gehad. Maar emotioneel hoort het ongeluk nog helemaal niet bij mij. Ik denk dat daarin ook de oorzaak ligt waarom ik zo’n moeite heb mijn grenzen en veranderde leven te accepteren.

Ik heb al veel gewonnen door mijn behandeling met psychomotore therapie (PMT) onder begeleiding van Marit. Mijn grenzen zijn zichtbaarder geworden. Ik herken of beter, ik erken eindelijk de grote hoeveelheid aan signalen die mijn lichaam afgeeft. En zo krijg ik weer grip op mijn dagelijkse structuur. Maar ik ben er nog niet. 

Ik kan prima vertellen over het ongeluk maar gevoelsmatig heb ik geen ongeluk gehad, ik heb er niet eens een herinnering aan. Mijn strategie van doorgaan heeft me ver gebracht, het heeft me in beweging gehouden maar wil ik verder komen dan moet ik nu toch echt gaan accepteren dat de ‘oude Willemijn’ niet meer bestaat. Ik wil verder maar ik vind het ook doodeng!

Bij PMT gebruiken we een opstelling om verder te komen.

Ik sta in midden in de sporthal en plaats een rode pion achter me in de ruimte die symbool staat voor het ongeluk. Ik voel me niet op mijn gemak, spanning in mijn buik omdat Marit vraagt of ik terug in de tijd wil gaan naar de plek van mijn ongeluk, de rode pion achter me. Op dat moment ga ik het liefst weg. Maar ik weet dat weglopen me niet verder brengt dus ik ga toch. Ik draai me om en loop terug de tijd in naar mijn ongeluk. En als ik daar sta, voel ik wonderlijk genoeg niks van spanning. Ik voelde me zo als ten tijde van het ongeluk. Mijn gevoel is helemaal terug in de tijd gegaan naar het ongeluk: Niet na kunnen denken alleen maar zijn, een schaapachtige onwetendheid omdat ik niet overzie wat er aan de hand is en mijn hersenen ook niet goed genoeg werken om me zorgen te maken. En die onwetendheid maakt dat de spanning die ik eerder nog voelde verdwijnt.
Totdat Marit voorstelt om de spiegel erbij te pakken en die in het heden te zetten zodat ik van afstand naar mezelf in het nu kan kijken. Ik voel enorme weerstand maar stem ermee in. En zo op papier is het misschien niet goed voor te stellen maar als je zo in een opstelling staat, voelt alles intens.

Marit zet de spiegel neer en ik kan er niet eens naar kijken! Vreselijk. Ik wil mijzelf gewoon niet zien zoals ik nu in het heden ben. Ik wil dit niet, ik wil mijn oude leven, mijn gezonde lijf weer terug om alles te kunnen doen wat ik wil en alle mogelijkheden die ik had terug. En ook al heb ik ondanks het ongeluk een heel goed leven, het enige wat ik op dat moment voor de spiegel voel is: “IK WIL  DIT ONGELUK NIET, IK WIL DE OUDE WILLEMIJN!”. Tranen met tuiten, het lijkt wel uit mijn tenen te komen en overspoelt me volledig. Ik kan alleen nog maar heel erg huilen, verder is er even helemaal niks meer. Gelukkig haalt ze de spiegel weg. Ik heb nog een hele tijd nodig om weer bij te komen.

Wat een heftige confrontatie was dat. In de volgende blog vertel ik wat dit me brengt.

Willemijn Berkley

Willemijn schrijft over haar hersenletsel en de weg naar acceptatie. Dit is de vijfde aflevering in een reeks van zes. 

Het boekje Squashed is per mail te bestellen bij Willemijn en kost 15 euro.

willemijnberkley@gmail.com

Interessant? Lees ook deze blogartikelen
Acceptatie van mijn nieuwe ik

Tijdens Psychomotore Therapie onder begeleiding van Marit heb ik een hele heftige sessie gehad. Ik moest in de spiegel kijken en de Willemijn na het ongeluk in de ogen kijken: de Willemijn met haar beperkingen. Ik kon niet eens echt kijken, ik kon het niet aanzien. Ik wilde wel maar kon het niet. Huilen, verdriet, afschuw; ik vond het vreselijk om díe Willemijn te zien.

Grommend monster

Tijdens een behandelsessie kwam ik erachter dat ik veranderd was in een grommend monster. Het heeft mijn ogen geopend. Zo ken ik mezelf niet, ik moet mijn grenzen accepteren.

Met plezier stel ik me even voor

Ik ben Jeannette Heijting, 56 jaar en ik heb niet-aangeboren hersenletsel. Ik ben als ervaringsdeskundige betrokken bij Hersenz. Vanuit deze rol ga ik nu een bijdrage leveren aan de Facebookpagina.

Een last van mijn schouder

Als ik bij Heliomare het behandel- en activeringscentrum binnenloop, vraagt een medewerker of ze me kan helpen. Ze denkt dat ik een nieuwe collega ben, een zakelijke afspraak heb of begeleider ben van iemand. Maar ik kom voor mijzelf, ik ben cliënt ook al is er helemaal niks te zien aan mij.

Afgekeurd en de was doen

Mijn baas en ik nemen op 1 januari 2010 in goed overleg afscheid van elkaar, na twee jaar ziektewet. Het eerste jaar van mijn ongeluk stond in het teken van herstel en heb ik me ook met letterlijk alle energie die ik had en die ik vooral niet had, ingezet om weer terug te keren naar mijn werk. Maar dat ging niet.

Pagina's