Tijdens Psychomotore Therapie onder begeleiding van Marit heb ik een hele heftige sessie gehad. Ik moest in de spiegel kijken en de Willemijn na het ongeluk in de ogen kijken: de Willemijn met haar beperkingen. Ik kon niet eens echt kijken, ik kon het niet aanzien. Ik wilde wel maar kon het niet. Huilen, verdriet, afschuw; ik vond het vreselijk om díe Willemijn te zien.

Twee weken later wil ik het nog een keer proberen. Ik voel dat ik door moet zetten om iets te bereiken. We beginnen de opstelling weer. Ik sta in de ruimte en achter mij staat weer de rode pion die mijn ongeluk symboliseert. Ik sta in het heden en ga terug in de tijd naar de plek van het ongeluk. Ik voel me niet op mijn gemak als Marit weer met de spiegel aan komt maar ik ben stukken rustiger dan de vorige keer. Ik ben ook nieuwsgierig naar wat er deze keer gaat gebeuren.

Als ze de spiegel omdraait, ben ik emotioneel maar ik kan wel naar mezelf kijken. Dan wordt het me pas duidelijk dat de Willemijn die ik in de spiegel zie, de Willemijn met een beperking, dat dat de realiteit is. Ik houd vast aan een illusie, aan een Willemijn die niet meer bestaat. Het doet me pijn om mezelf te zien. Het doet pijn wat ik verloren ben, mijn kansen, mogelijkheden, plek in de maatschappij en kans om moeder te zijn. En niet dat er nu niks meer is maar dat is me ontnomen door het ongeluk en dat doet pijn.

 Maar er is ook berusting, ik kan naar mezelf kijken. En de realisatie dat dit werkelijkheid is en waar ik aan vast hield een illusie is, werkt ook bevrijdend.

Marit vraagt me wat er gebeurt als ik de oude Willemijn loslaat. Mijn reactie is ‘dan is het echt zo’, ‘dan kan ik niet meer doen alsof het ongeluk er niet meer is’. Ik zeg dit uit angst want dat betekent dat ik echt onder ogen moet komen dat de oude Willemijn niet meer bestaat. Maar daarna zeg ik ook dat het me rust zal brengen. Rust zal ontstaan wanneer ik kan accepteren dat mijn tempo lager ligt en ik wat minder van mijzelf moet. Mijn tempo zal dan meer overeen komen met wat ik aan kan.

Het gaat nu goed met me. Ik ben beter in staat om op tijd te stoppen omdat ik meer open sta voor de signalen die mijn lichaam geeft. En ook mijn vriend is in dit hele proces meegegroeid. Ook hij signaleert eerder hoe het met me gaat en geeft me dan soms een duwtje om te gaan rusten.

Het gaat echt niet altijd goed, soms komen die signalen gewoon even niet uit, soms wil ik gewoon even iets anders. En de beperking blijft confronterend maar ik zink niet meer zo diep. Dat maakt het leven een heel stuk aangenamer. Zolang ik af en toe goed in de spiegel blijf kijken, komt die acceptatie wel beetje bij beetje en komt het allemaal wel goed!

Willemijn Berkley

Willemijn schrijft over haar hersenletsel en de weg naar acceptatie. Dit is de zesde aflevering in een reeks van zes. 

Het boekje Squashed is per mail te bestellen bij Willemijn en kost 15 euro.

willemijnberkley@gmail.com

Interessant? Lees ook deze blogartikelen
Confrontatie in de spiegel

'Rationeel weet ik dat ik diegene ben die die het ongeluk heeft gehad. Maar emotioneel hoort het ongeluk nog helemaal niet bij mij. Ik denk dat daarin ook de oorzaak ligt waarom ik zo’n moeite heb mijn grenzen en veranderde leven te accepteren.' Blog vijf van Willemijn Berkley.

Grommend monster

Tijdens een behandelsessie kwam ik erachter dat ik veranderd was in een grommend monster. Het heeft mijn ogen geopend. Zo ken ik mezelf niet, ik moet mijn grenzen accepteren.

Met plezier stel ik me even voor

Ik ben Jeannette Heijting, 56 jaar en ik heb niet-aangeboren hersenletsel. Ik ben als ervaringsdeskundige betrokken bij Hersenz. Vanuit deze rol ga ik nu een bijdrage leveren aan de Facebookpagina.

Een last van mijn schouder

Als ik bij Heliomare het behandel- en activeringscentrum binnenloop, vraagt een medewerker of ze me kan helpen. Ze denkt dat ik een nieuwe collega ben, een zakelijke afspraak heb of begeleider ben van iemand. Maar ik kom voor mijzelf, ik ben cliënt ook al is er helemaal niks te zien aan mij.

Afgekeurd en de was doen

Mijn baas en ik nemen op 1 januari 2010 in goed overleg afscheid van elkaar, na twee jaar ziektewet. Het eerste jaar van mijn ongeluk stond in het teken van herstel en heb ik me ook met letterlijk alle energie die ik had en die ik vooral niet had, ingezet om weer terug te keren naar mijn werk. Maar dat ging niet.

Pagina's